dinsdag 19 augustus 2014

Op Kamp

Deze column verscheen in Augustus 2014 op Popunie.nl

Met mijn 29 lentes jong kan ik Ming’s Pretty Heroes vooralsnog mijn levenswerk noemen. De afgelopen tijd echter, krijg ik steeds vaker de kans om mijn talenten breder in te zetten. Ik maak nu bijvoorbeeld voor het eerst een eigen muziektheatervoorstelling (13 t/m 17 augustus te zien op de Parade) en een andere spannende wending is dat ik nu ook als freelance songwriter aan de slag ben gegaan. Toen ik nog studeerde aan het Conservatorium, begreep ik echt niets van dat “freelance-singersongwriteren”. Liedjes schrijf je voor jezelf en je hoort ook alleen liedjes van jezelf te zingen. Dat was in mijn ogen authentiek, de rest – o, wat dacht ik lekker zwart-wit – was dat allemaal niet.
 
Gelukkig ben ik met de jaren ouder en wijzer geworden, want het volgende had ik niet willen missen. Een bekende Nederlandse artiest – die gedurende zijn carrière al miljoenen platen heeft verkocht – had in de krant gelezen over het fenomeen ‘songcamp’. Tot zijn verbazing had hij nog nooit op deze manier gewerkt en wilde het graag ook eens uitproberen. Voor deze werd ik ook uitgenodigd! Op een woensdagochtend werd ik verwacht in de Shamrock Studios in Baarn. Bij aankomst werd ik ontvangen met geurige koffie, warme croissants en om mij heen hingen vrolijke kerstballen aan lampen, beeldschermen en speakers; welkom op het ‘Gerard Joling-Kerstsongcamp’!
Het Jolingcamp duurde twee dagen en er waren ongeveer vijftien songwriters aanwezig. De mix van instrumentalisten, zangers en producers, met achtergronden in verschillende genres, zorgde voor een veelzijdige groep. Er waren jonge en doorgewinterde songwriters, grote en kleine namen, en iets meer mannen dan vrouwen.

Per dag werden we in twee sessies in groepjes van drie personen ingedeeld. Er wordt dan van je verwacht dat er binnen drie uur een lied ontstaat en dat het is uitgewerkt tot een representatieve demo. Het is de normale gang van zaken, maar van tevoren vond ik het toch een beetje spannend. Schrijven voor andere artiesten, ok. Maar nu ging het wel om de man die elk half uur met verentooi en glitterpak in de Plus-reclame voorbij komt. Ik heb het grootste gedeelte van mijn carrière melodramatische ballads geschreven, een “ver-van-je-bed-show” is dan een understatement.
Ik temde mijn zorgen en stelde mij open. De partners in mijn groepjes waren immers sympathieke, ervaren professionals en de opdracht die wij meekregen was duidelijk: Gerard Joling wil een serieus kerstalbum maken. We vulden de kerstmokken met hete koffie en gingen aan de slag: kom maar op met die kerstgedachten!

En wat denk je? Het ging verbazingwekkend goed! Iedereen bleek vol goede ideeën te zitten. Het zoetsappige thema verwerkten we in alle jaargetijden, verre landen, in liefde, gezelligheid en gemis. Sommige nummers klonken feestelijk en anderen droevig of juist hoopvol. Een enkele keer dansten we letterlijk van blijdschap als we de demo op standje tien beluisterden.
Vijf jaar geleden had ik het me niet kunnen indenken: kerstliedjes schrijven voor Gerard Joling! Maar weet je, alles hieraan was eigenlijk leuk: de belevenis, de groep leuke en bekwame mensen die ik heb ontmoet, de luistersessies aan het einde van de dag, en Geer die fluisterde hoe prachtig hij sommige nummers vond.

Ik ben nog altijd Ming’s Pretty Heroes, maar wat hoop ik dat één van de liedjes waaraan ik heb gewerkt het album van Geer haalt.

zondag 6 april 2014

Stress VS het Eindresultaat

Deze column verscheen maart 2014 op Popunie.nl


In oktober schreef ik in mijn column over hoe ik op Voordekunst.nl aan het crowdfunden was geslagen voor mijn nieuwe Ming’s Pretty Heroes album: Roots and Bones. Beet ik toen nog zenuwachtig op mijn nagels, nu kan ik met een grote glimlach vertellen dat het project beter dan goed is verlopen. Er waren genoeg mensen die het album wilden steunen, dus het targetbedrag behaalden we ruim! Mijn eeuwige dank aan de donateurs daarvoor.
 
En zo gaat het eigenlijk altijd: ik stress me een ongeluk over dingen die ik voor elkaar moet krijgen en uiteindelijk komt het allemaal goed. Toen ik besloot een nieuw album te maken moest ik naast het afmaken van een aantal liedjes, ook flink (blind) daten met muzikanten en producers. Eerst wist ik niet waar ik moest beginnen, maar na een paar maanden mijn dreamteam bijeen. Grappig genoeg was de producer, met wie ik uiteindelijk heb gewerkt, geen onbekende voor me en vond ik wat ik zocht een stuk dichter bij huis dan ik in eerste instantie dacht. Mijn eerste opdracht had ik volbracht. Vrijwel direct daarop volgde er meer zelf opgelegde opdrachten. De maanden erna zagen er zo uit: Pre-producties? Check. Studio boeken? Check. De perfecte engineer? Check. Planning met muzikanten? Check. Opnames? Check. Emergency-strijkopnames? Check. Andere studio met geschikte vleugel? Check. De juiste mixer? Check. Artwork trouble? Help! Artwork fix? Check. Roots and Bones als fysiek exemplaar in mijn handen? CHECK!

Bovenstaande klinkt misschien makkelijk en stoer, maar tussen al die checks door heb ik meer dan eens uitgehuild bij mijn vriendje. Niet omdat het zo verschrikkelijk was, maar omdat het een erg intens proces was dat mij zo af en toe overweldigde. Overal zat een deadline op, en deadlines werken altijd stressverhogend. Zeker zodra je merkt dat er per ongeluk iets mis is gegaan en er a la minute een oplossing moet komen.

Afijn! Het is gelukt! Ik heb een derde album afgerond! Met Roots and Bones nog in mijn handen begin ik aan de volgende to do’s: het is tijd om mij te richten op de liveshow, de twee videoclips en het vol krijgen van de shows in Rotown en Paradiso (Bring Friends!). Tussendoor maak ik in samenwerking met een 12-tal artiesten een kunstmagazine genaamd Roots and Bones Feat. Hiervan is de opening op 7 maart tijdens 30kuub in Groos. (Wees welkom!)

Ik heb mij voorgenomen om meer vertrouwen in mezelf te hebben. Stress is een overbodig en onproductief gevoel. Te allen tijde vermijden dus! Geen huilbuien en onnodig piekeren meer, het is beide klaarblijkelijk nergens voor nodig. Mijn nieuwe motto: Resultaten behaald in het verleden bieden heus wel garantie voor de toekomst! Tsjakka…

zondag 13 oktober 2013

Voordekunst.nl


Deze column verscheen op Popunie.nl in oktober 2013
Het maken van een album is vooral een creatief proces, maar helaas moet een muzikant ook altijd even stilstaan bij de financiering. Mijn tweede album Karma heb ik kunnen bekostigen met het prijzengeld van de Music Matters Award. Dit was geweldig: zonder te grote geldzorgen kwam Karma tot stand. Drie weken terug ben ik een campagne gestart op Voordekunst.nl: het platform voor crowdfunding van kunstprojecten. Mijn project: Roots and Bones.
Roots en Bones zijn twee mini albums die samen een geheel zullen vormen. Ditmaal schrijf ik over de mensen en bijbehorende sores die zich (al dan niet ongewenst) wortelen in je lichaam. Hoe dingen je tot in je gebeente, je basis, kunnen raken. Het leven gaat door en dit is de opvolger van het vorige album, waarop mijn karma centraal stond. Natuurlijk is liefde en het verlies ervan een onderwerp, maar ook wijd ik een nummer aan mysterie en hoop en het in bedwang houden van het te intens hechten aan weer nieuwe liefde.
De inspiratie komt soms van ver, maar het zijn veelal verhalen van mij en de mensen die dichtbij mij staan. Titelsong Roots, heb ik bijvoorbeeld geschreven naar een verstikkend verhaal van mijn liefste en beste vriendinnetje. Het is wel vaker gebeurd dat wat ik schrijf waarheid wordt. Ook ditmaal belandde ik niet lang na het schrijven van Roots in zo’n zelfde verstikkend verhaal. De wortels waren vergroeid en ze braken botten.
Wat voor mij extra bijzonder aan dit album is, is dat ik voor het eerst ook zelf produceer. Samen met mijn compagnon Alex van Popta boor ik een creativiteit aan waarvan ik nog niet wist dat het in mij zat. We schrijven transparante partijen en creëren ruimte, voor stem, strijkers en sfeer. Mede daarom is Roots and Bones een hoofdstuk in het leven dat ik heel graag geschreven, gedrukt en gelezen zie worden.
Met dit verlangen ben ik samen met mijn management begonnen aan wel iets heel spannends: we vragen om hulp. Aan vrienden, familie, fans, ondernemers en onbekenden. Ik heb financieel een duwtje in de rug nodig, maar natuurlijk blijft het allerbelangrijkste nog steeds de muziek! In ruil voor donaties geef ik daarom een huiskamerconcert, vertel ik bij een speciale luistersessie hoe de muziek tot stand is gekomen en vier ik kerst met donateurs in Café RAAF in Rotterdam. Lekker eten en muzikale omlijsting zijn daar natuurlijk onderdeel van. Ik heb gemerkt dat de donaties die ik al heb mogen ontvangen voort komen uit warme harten. Men wil helpen, graag het resultaat horen, en ervan kunnen genieten. Zo ontstaat automatisch een web van binding met het kunstproject, want ook de donateurs zijn onderdeel van het album.
En zodoende maak ik Roots and Bones niet meer alleen. Ik word creatief bijgestaan door de co-producer en een aantal fantastische muzikanten. Zakelijk en mentaal door mijn management en al door 25 enthousiaste donateurs. They’ve got my back! Hopelijk kunnen er door middel van crowdfunding nog een heleboel meer mooie projecten worden gerealiseerd. We gaan er voor! Voor De Kunst!
Ook Ming steunen met Roots and Bones? Bekijk het project op voordekunst.nl.

dinsdag 27 augustus 2013

Dance! Dance! Dance!


Deze column is in augustus 2013 gepubliceerd op Popunie.nl
Ik hou van dans! Vroeger zat ik op ballet, jazzballet, streetdance en moderne dans. Ik deed zelfs de vooropleiding aan de dansacademie. Dat ik werd toegelaten, zei wel iets over mijn kwaliteiten, totdat mijn juf Rienske me er na enige tijd op wees dat ik mijn persoonlijke top had bereikt. Ze vond dat ik rare voeten had en ook mijn ‘rug met vleugeltjes’ bleek verre van ideaal. Hoewel me dat raakte, lagen mijn ambities gelukkig in de muziek en stapte ik over op de vooropleiding aan het conservatorium.
Mijn interesse voor dans werd er niet minder om; met regelmaat bezocht ik voorstellingen van het Scapino Ballet, het Nederlands Dans Theater en Conny Janssen Danst. Van het laatste gezelschap bezocht ik in 2010 het stuk Vuil & Glass op Lowlands. Acht cellisten musiceerden er live op los, terwijl de dansers van Conny Janssen prachtige choreografieën dansten. Ik sprak toen heel stiekem de wens uit eens met Conny te willen samenwerken.
Zoals je in mijn vorige column kon lezen, kreeg ik in 2011 een belletje van Conny. Ik was op haar radar verschenen en ze vroeg of ik de muziek wilde maken voor haar voorstelling Meer Ruis. Mijn wens was gehoord. Yes! We begonnen de samenwerking met gesprekken op kantoor. Conny had tot in detail naar mijn muziek geluisterd en legde met kernwoorden als ‘transparant’, ‘stads’ en ‘adem’ uit, welke sferen zij graag wilde vangen met haar dansers en de muziek. Mijn toetsenist en producer Frans Verburg en ik doken vervolgens de studio in; we herschreven en componeerden stukken die vaak heel anders van vorm waren dan onze popstructuren. Ook kwam er een groot deel productie bij kijken; Frans creëerde beats en met de Zoom, een draagbaar opnameapparaat, gingen we de stad in om materiaal op te nemen voor soundscapes. Verder legde ik een uitgebreidere effectpedalenbank aan en kocht Frans zo’n fantastische Omnichord, een elektronische harp en beatmaker met ingebouwde akkoorden, geproduceerd door o.a autofabrikant Suzuki.
We stuurden de songs naar Conny en na een paar weken zaten ook wij in de dansstudio. De dansers, die geen rare voeten en vleugeltjesruggen hadden, dansten ineens op onze muziek! Ik zal nooit vergeten hoe tof dat voelde! We werkten drie weken zij aan zij in de dansstudio en startte de tour langs meer dan 40 theaters in Nederland en Zwitserland.
De theaterreeks kwam tot een einde en Meer Ruis was, hoe jammer ook, voorbij. Was… want een paar maanden terug kwam het nieuws dat zowel de immer gezellige Parade als het fantastische Lowlands oren had naar Meer Ruis! En zo kwam het dat we de voorstelling afgelopen zondag op de Parade in Utrecht voor de 70ste  keer speelden! Het waren heftige dagen, want soms deden we wel drie shows per dag. Maar, we waren een hit! Keer op keer waren de voorstellingen uitverkocht en was het uitbundige applaus zo oorverdovend dat ik er nog dagen op kon teren. De 71ste en tevens laatste uitvoering van Meer Ruis vindt plaats op Lowlands. Zoals waarschijnlijk voor meer artiesten als ik, is spelen op Lowlands toch wel een droom die nu werkelijkheid wordt.
Dus ja, ik hou van dans! De fysieke kunstvorm loopt al jaren als zijspoor door mijn leven en heeft mij tijdens Meer Ruis uitgedaagd om mijn muzikale grenzen te verleggen. De samenwerking met Conny Janssen was een groot leerproces met als beloning te gekke optredens en vormde tegelijkertijd een bron van inspiratie voor nieuwe ambities binnen Ming’s Pretty Heroes. En wie weet wat het nog meer voor mij in petto heeft. Ik ben sinds kort namelijk verliefd… op een danser!


donderdag 18 juli 2013

Oorzaak en Gevolg


Gepubliceerd op Popunie.nl in juli 2013
Heb je gisteren te veel gedronken? Dan heb je nu een kater. Ben je vreemdgegaan? Dan is het nu uit. Was je toch te lui om boodschappen te doen? Dan zit je nu zonder avondeten. Meer voorbeelden van oorzaak en gevolg hebben we denk ik niet nodig; het concept is ons allen duidelijk. Gelukkig zijn er ook positievere varianten. En omdat ik wel een dosis happy thoughts kan gebruiken – mijn verkering is net uit – ga ik gewoon even wat positieve causale verbanden na.
Gevolg: Afgelopen weekend bevond ik mij in Zwitserland. Choreografe Severine had Ming’s Pretty Heroes vorig jaar zien spelen met Conny Janssen Danst in Zwitserland. Voor haar dansschool plande zij een uitgebreid spektakel aan het meer van Biel. Naar eigen zeggen had ze de stoute schoenen aangetrokken en mijn management benaderd: wat Conny had, wilde zij ook.
Oorzaak: De voorstelling Meer Ruis. Op een dag kreeg ik Conny Janssen aan de telefoon. Of ik de live muziek wilde verzorgen van haar nieuwe dansvoorstelling. Samen met Frans Verburg herschreef ik muziek van mijn album Karma en produceerden we nieuwe stukken.
En hoe kende Conny Ming’s Pretty Heroes dan weer? Dat kwam door (oorzaak) Berend, toenmalig directeur van Music Matters. Hij had het briljante plan opgevat om hun ambassadeur (ik dus) eens onder de aandacht te brengen. (Oorzaak) Conny luisterde het album Karma, dat ik weer heb kunnen maken door (oorzaak) het prijzengeld van de Music Matters Award die ik in 2010 won, en ging overstag toen ze (oorzaak) de adembeats hoorde op mijn YouTube upload van het liedje Move. Movein de hoedanigheid die op youtube staat, is weer een gevolg van (oorzaak) een aangeschaft loopstation. Die ik ooit heb gekocht naar aanleiding van (oorzaak) een loopdemonstratie van mijn vriend Inger Hansen. Inger Hansen kwam in mijn leven door (oorzaak) het conservatorium. En het conservatorium kwam op mijn pad door….  Pff, ik raak buiten adem (figuurlijk dan).
Oorzaak en gevolg dus. Zoals het een echte schrijver betaamt heb ik naar oorzaak en gevolg wat onderzoek gepleegd. Binnen 0.20 seconden had Google mij naar Wikipedia verwezen. Het is dus zo dat Aristoteles het begrip ‘oorzaak en gevolg’ heeft bedacht. Descartes maakte het ingewikkeld door over premissen en conclusies te beginnen en dat dat ingewikkeld is blijkt gelijk, want zijn idee over oorzaak en gevolg telt nu vooral mee in natuurwetenschappelijke kringen. En nog gekker, volgens Hume is het allemaal een illusie. Omdat wij dingen gewoon graag met elkaar associëren, verwarren wij losse gebeurtenissen als oorzaken en gevolgen van elkaar. Allerlei grootheden hadden er wat over te zeggen, maar nu blijkt dat er sinds de 20ste eeuw ten opzichte van causaliteit (oorzaak en gevolg dus) geen oorspronkelijke ideeën meer naar voren zijn gebracht.
Jongens, ik waag het erop! Ik ben dan wel geen grootheid, maar ja, je moet klein beginnen. Ik ben het met Aristoteles eens, maar zou graag wat meer de nadruk willen leggen op positieve gevolgen van positieve oorzaken. Bijvoorbeeld: een loopstation is helemaal te gek. En het lied dat eruit voortkomt moet dan ook wel te gek zijn. Als we de oorzaken een beetje in de hand hebben of enigszins op iets positiefs kunnen aansturen, dan heb je meer kans dat het gevolg ook leuk is! Een handige filosofie voor in de muziekwereld, denk ik zelf. Positive thinking people. Of lijkt het dan nu te veel op The Secret? Sorry, misschien is dit warrig. Ik heb vannacht weinig geslapen en net een wijntje op. Dan is dit het gevolg…

vrijdag 24 mei 2013

LOL

Deze column werd gepubliceerd op Popunie.nl in mei 2013

Mijn vriendin Verena en haar vriend Maarten zijn twee jaar geleden naar Keulen verhuisd. Lekker leuk voor mij! Maar niet heus. We zien elkaar nog wel, maar niet erg vaak en nooit lang. Gelukkig levert zo’n dagelijks gemis soms toch een bijkomstig voordeel op.
Zangeres Verena, aka MissV, regelde een mini-tour ter ere van hun gloednieuwe ep Streets and Skies. Voor de optredens in Keulen en Siegen vroeg zij mij een soloset te spelen, als support. Ik was meteen enthousiast. Behalve dat het publiek in Duitsland – weet ik uit ervaring– een verfrissing is in vergelijking tot de gemiddelde nuchtere Hollandse toeschouwer, bestaat haar band uit te gekke oude vrienden en studiegenootjes met wie het me maar wat gezellig leek om drie dagen te hangen. Aber natürlich komme ich mit!
Zo kwam het dat ik met het Rotterdamse deel van MissV de roadtrip begon. Drie muzikanten, met twee dingen gemeen: liefde voor muziek en liefde voor flauwe woordgrapjes. Ik weet dat woordgrapjes onder meerdere beroepsgroepen populair zijn, maar bij muzikanten zijn ze in ieder geval waanzinnig geliefd. We hadden de slappe lach om “Anna-Loooog tegen mij” en “Ken je Paul Mccart-nie?” en honderden andere grapjes die ter plekke ontstonden en vergeten werden.
Het niveau steeg een beetje toen we met de voltallige MissV-bezetting, geluidsman, en entourage, na het optreden in Keulen nog wat naborrelden. De zin “Lyrically I’m one of the better.” – een quote van een rapper uit het tv-programma Boyz From Tha Hood – was binnen één klap famous. Daarnaast bleek hij multi-inzetbaar, zeker aangezien ons gezelschap bestond uit Duitsers, Vlamingen en Hollanders en de voertaal een combi van dat alles met Engels was. Toen het tijd was om uiteindelijk onze bedjes op te zoeken, moesten drie van ons zich begeven naar het andere artiestenappartement. Op de vraag of het ‘walkable’ was, kregen we groen licht. Op de vraag of het dan ook Moonwalkable was, transformeerde Bas (bassist) in een Micheal Jackson-impersonator die onder luid gelach de kamer uit moon(z)walkte.
Naast alle gekkigheid werd er ook ontzettend serieus gefilosofeerd. Bijvoorbeeld: groot hart versus klein hartje. Probeer je vrienden er maar eens op in te delen! De meeste van ons zijn type groot hart. Maarten (drummer) en ik schijnen een klein hartje te hebben. En: bijna alle grote pophits hebben maar vier akkoorden, is het niet onze valkuil dat wij veel meer akkoorden hebben geleerd? Mark Ritsema, collega-columnist voor de Popunie, gaf laatst aan dat filosofie een goede aanvulling op het curriculum van de Conservatoriumstudent zou zijn. Het lijkt me inderdaad grappig als we dit onderwerp besproken hadden tussen onze harmonielessen door. Grote kans dat ik harmonieleer daarna zou skippen (want daar leer je over akkoorden en dat is nou juist onze grote valkuil, snap je).
Afijn, misschien hadden jullie erbij moeten zijn, maar neem van mij aan dat ik na die drie dagen buikspierpijn had van het lachen. Ik heb speciaal voor deze column de gedachtestroom geprobeerd bij te houden. Met een notitie boekje vol ben ik tot de conclusie gekomen dat we een apart type zijn, wij muzikanten. We hebben dan ook een aparte baan en een apart bestaan. Voordat we het podium betreden hebben we meestal al uren gewacht en gereisd, en een korte, soms stressvolle, soundcheck gehad. Als we dan eenmaal spelen graven we diep in ons binnenste en zijn de serieusheid zelve. Ik geef toe dat het niet altijd het beste businessplan is, dat muziek maken, maar we investeren verdomd veel in levensvreugde, met al die grapjes.
Bedankt Verena en Maarten! Voor de leuke optredens en voor de geweldige drie dagen. Lyrically, you’re one of the better!

dinsdag 14 mei 2013

Lastige Vragen

Gepubliceerd op Popunie.nl Maart 2013

Etiquette schrijft voor dat je bij chitchat in sociale gelegenheden vraagt naar het welzijn van de ander. Als je iemand niet zo heel goed kent, of al een tijd niet hebt gezien, vuur je meestal de standaard vragen op elkaar af. Hoe is het met je vriend of vriendin? Met je huis? En hoe gaat het op je werk? In mijn geval krijg ik dus vaak de vragen: Hoe is het met Marc? Is je badkamer al af? Hoe is het met je muziek?


Mijn antwoorden zijn dan achtereen volgend: “Goed! We zijn nog hartstikke verliefd en “Nee ik moet de muren nog schuren en verven, maar ik stel dat al twee maanden uit.” en “Uh.. Ok hoor.” Maar van binnen zucht ik. De hoe-is-het -met-je-muziek-vraag is altijd heel goed bedoeld, maar het is er eentje waar ik telkens weer tegen op kijk. Want ja, hoe ís het met mijn muziek? Ik kan dan vertellen over leuke projectjes en optredens die in aantocht zijn. Of dat ik bezig ben met een nieuw album. Het klinkt allemaal leuk, dat is het ook, maar daarnaast vind ik alles ook moeilijk zat. Om een album te realiseren moet je toch wel over een flinke dosis creativiteit, organisatiedrift en vooral positiviteit beschikken. Drie dingen die best veel van je mentale gesteldheid vergen en die mij, als ik er te lang over nadenk, doen duizelen. De dynamiek tussen die drie vind ik complex en ik kan er zelfs een beetje somber van worden (dáhag positiviteit!). Je snapt dus misschien wel waarom ik het antwoord op de hoe-is-het-met-je-muziek-vraag liever schuldig blijf, verbloemend met een slap: “Uh… Ok hoor.”
Daarna is het van belang dat ik het gesprek snel omdraai, want voor ik het weet geef ik toch een soort van antwoord en dan volgen de andere lastige vragen vanzelf. Dan is het echt raak! Vragen als: “Hoe zou je je muziek omschrijven?”, “Waarom maak je niet meer van dát soort muziek?”, “Waarom doe je niet mee aan The Voice?” en “Waarom doe je het niet zoals Caro Emerald?” vind ik minstens zo lastig te beantwoorden.
Ok ok… Ik weet ook wel dat iedereen deze vragen vol goede bedoelingen stelt. Laatst vroeg mijn neefje Alexander ook de hoe-is-het-met-je-muziek-vraag en in plaats van antwoord te geven, vroeg ik of we over iets anders konden praten! Dat getuigt natuurlijk niet van goede manieren. Eigenlijk vind ik het wel lief dat hij er telkens naar vraagt. Eigenlijk is het lief van iedereen die er naar vraagt. Eigenlijk moet ik gewoon blij zijn dat mensen interesse in mij tonen. Eigenlijk… ok, ik ga mijn best doen om iets meer antwoord te geven op de lastige vragen. Alleen nog even bedenken hoe het eigenlijk echt ís met mijn muziek…